Maak uw keuze

Vaste inrichting of vertegenwoordiger in het buitenland, let op de wijzigingen!

30 okt 2016

1. Inleiding

Als u in het buitenland activiteiten verricht leidt dit in bepaalde gevallen tot belastingplicht in het buitenland. Dit is kort genoemd het geval bij een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger in het buitenland of als een werknemer meer dan 183 dagen in het buitenland werkzaam is.

De 183-dagenregel is veelal bekend. De vaste inrichting en de vaste vertegenwoordiger zijn minder bekend maar zeker zo relevant. Er zijn wijzigingen op komst die grote gevolgen kunnen hebben. Hierop ga ik hierna verder in.

2. Aanleiding

Er is de laatste jaren veel te doen over bedrijven die door fiscale “constructies” te weinig belasting betalen. Denk aan Starbucks en Apple maar ook de Panama papers en recent de Bahama leaks. De OESO heeft besloten daar iets aan te doen. Er zijn 15 acties gestart die belastingontwijking tegen moeten gaan. Deze zijn bekend onder de naam BEPS (Base Erosion and Profit Shifting, tegengaan van grondslaguitholling en winstverschuiving). Artikel 7 van de acties gaat over de vaste inrichting / vaste vertegenwoordiger. Hiervan zal sneller sprake zijn! Dit betekent dat uw bedrijf ook sneller belastingplichtig is in het buitenland.

De gevolgen zijn groot: als er sprake is van een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger in het buitenland kan dit leiden tot  in het buitenland verschuldigde loonbelasting, omzetbelasting,  inkomstenbelasting en/of vennootschapsbelasting. Het is dan ook zaak goed te kijken of de nieuwe wetgeving fiscale gevolgen heeft. Doelstelling van de maatregelen is belastingontwijking tegen te gaan, in de praktijk zal echter blijken dat veel nietsvermoedende ondernemingen die niets te maken hebben met fiscale “constructies” hierdoor toch te maken gaan krijgen met buitenlandse belastingplicht.

3. Vaste inrichting

Er is sprake van een vaste inrichting bij een bedrijfsruimte die over voldoende faciliteiten beschikt om als een zelfstandige onderneming te kunnen functioneren. Dit begrip kan heel ruim zijn: een hotelkamer of een woning kan al als zodanig kwalificeren.

De meeste door Nederland met derde landen afgesloten belastingverdragen kennen uitzonderingen. Een magazijn dat uitsluitend dient voor opslag van goederen wordt thans niet als een vaste inrichting beschouwd.

Als gevolg van de voorgestelde wijzigingen van het begrip vaste inrichting zal er sneller sprake zijn van een vaste inrichting. Werkzaamheden die ondersteunend zijn of voorbereidend van aard zullen voortaan mede aanleiding kunnen geven tot het hebben van een vaste inrichting en daarmee belastingplicht in het buitenland. .

Ook een bouw- constructie of montagewerkzaamheid is een vaste inrichting, als de werkzaamheid 12 maanden of langer duurt. In de praktijk is gebleken dat ondernemingen de 12 maanden ontgaan door “contract splitting” of door de activiteiten “op te knippen”. Er worden door dezelfde groep contracten aangegaan die qua duur steeds onder de 12 maanden blijven, zodat de overschrijding van de 12 maandentermijn wordt voorkomen. Hier wordt een misbruiktoets voorgesteld. Het wordt moeilijker om via het kunstmatig opknippen van activiteiten een vaste inrichting te vermijden. Er wordt alsnog een vaste inrichting in aanmerking genomen als de activiteit in samenhang met activiteiten van nauw gelieerde belastingplichtigen wel als vaste inrichting kan worden aangemerkt.

4. Vaste vertegenwoordiger

Thans is er geen sprake van een vaste vertegenwoordiger (in fiscale zin) in het buitenland, als de buitenlandse vertegenwoordiger niet zelf de contracten afsluit, maar de ondertekening van het contract een taak is van een bevoegde bestuurder van het hoofdkantoor.

Hierin is een belangrijke wijziging voorgesteld. Met de nieuwe definitie van de vaste vertegenwoordiger wordt meegewogen of de vertegenwoordiger een belangrijke rol speelt bij het tot stand komen van de overeenkomst, ook als hij de overeenkomst zelf niet sluit.

Als een salesmanager van een Nederlandse onderneming in Duitsland werkzaam is, daar potentiële klanten bezoekt en het voor elkaar krijgt dat de potentiële klant ook daadwerkelijk klant wordt en een contract tekent voor de koop van producten van de Nederlandse onderneming, zal er in de toekomst sprake zijn van een vaste inrichting in Duitsland. Dit leidt tot in Duitsland verschuldigde belastingen.

Daarbij zal de vraag opkomen hoe de winst dient te worden bepaald die aan de buitenlandse activiteit is toe te rekenen. Dit kan zeker aanleiding geven tot discussie met de Nederlandse en/of buitenlandse belastingdienst.

5. Inwerkingtreding

Uitgangspunt van de door de OESO voorgestelde maatregelen is dat alle landen hun belastingverdragen in 2016 hebben aangepast aan de nieuwe definitie. De Nederlandse regering heeft aangegeven de wijzigingen tijdig te willen implementeren.

Sterker nog: Nederland wil een multilaterale bepaling opnemen. Dit betekent dat de nieuwe definitie vanuit de Nederlandse wetgeving door deze multilaterale bepaling zou gaan gelden voor alle belastingverdragen die Nederland heeft afgesloten. Dat zou betekenen dat Nederland alle definities zoals hiervoor genoemd per direct conform de nieuwe OESO-norm wil hanteren. Dit brengt veel vragen met zich mee. Mag Nederland in afwijking van de afgesloten verdragen met bijbehorende onderhandelingen de definitie wel wijzigen? Wat gebeurt er als het andere land de “oude” definitie hanteert voor de reeds bestaande verdragen en dat andere land bepaalt dat de nieuwe definitie alleen geldt voor nieuwe verdragen en niet voor bestaande verdragen? Of als de definitie door dat land niet in 2016 maar later wordt geïmplementeerd? Veel vragen en onzekerheid. De praktijk zal zich hier toch mee moeten redden.

6. Korte samenvatting en conclusie

Onder de nieuwe voorgestelde wijziging zal veel sneller sprake zijn van een vaste inrichting / vaste vertegenwoordiger. Ondernemingen dienen zich hiervan bewust te zijn en waar nodig actie te ondernemen. De gevolgen kunnen immers groot zijn. Er is nog veel onduidelijkheid over de implementatie, de wetgever doet er goed aan voor invoering zekerheid te geven!

Als u hierover nog vragen heeft, of als u geadviseerd wilt worden over uw specifieke situatie, dan kunnen wij u daarbij behulpzaam zijn. Voor meer informatie of bij vragen kunt u contact opnemen met:

drs. R.W.M. te Kaat
0314-369111
06 – 11274485
r.t.kaat@stolwijkkelderman.nl


Delen via Social Media