Maak uw keuze

Rijden met de Nederlandse auto van de zaak in Duitsland of vica versa?

28 jun 2016

U woont in Nederland en heeft een Duitse werkgever die u een auto van de zaak mede voor privé doeleinden ter beschikking stelt. Of u woont in Duitsland, heeft een Duitse werkgever en u werkt meer dan 183 dagen per kalenderjaar in Nederland, waar u ook met een auto van de zaak rijdt. Welke fiscale gevolgen komen er dan bij kijken?

Rijden met de auto van de zaak in grensoverschrijdende gevallen. Daarop zal ik hierna ingaan. Daarbij zal ik ingaan op de situatie met Duitsland, omdat dit in onze praktijk het meest voorkomt. Dit is echter ook in de relatie met andere landen veelal overeenkomstig van toepassing.

Ik beperk mij daarbij tot de gevolgen voor het privé gebruik. Eerst zal ik de reguliere van toepassing zijnde bijtellingen in Nederland en Duitsland kort aan de orde stellen en vervolgens ingaan op de combinatie hiervan. Ten slotte zal ik eindigen met een korte samenvatting.

Bijtelling Nederland

De bijtelling in Nederland is afhankelijk van de privé kilometers en de co2 uitstoot van de auto van de zaak.

Wordt op jaarbasis aantoonbaar meer dan 500 kilometer privé met de auto van de zaak gereden, dan is een bijtelling vanwege het privé gebruik van toepassing. Deze is afhankelijk van de co2 uitstoot van de auto.

In 2016 is de bijtelling 4% van de Nederlandse cataloguswaarde (inclusief btw en bpm) bij een Co2 uitstoot van nihil, 15% bij een Co2 uitstoot van 1-50 gram per kilometer, 21% bij een Co2 uitstoot van 51-106 gram en 25% bij een hogere uitstoot dan 106 gram. Deze bijtelling blijft gedurende een periode van vijf jaar van toepassing.

Vanaf 2017 is de bijtelling 4% bij een nihiluitstoot en 22% in alle andere gevallen.

Bijtelling Duitsland

De bijtelling in Duitsland vanwege het privé gebruik is 1% per maand van de (Duitse!) cataloguswaarde. Oftewel 12% per jaar. Een vaak aanzienlijk lagere bijtelling dan die wij in Nederland kennen en ook over een lagere waarde! Bij geen privé gebruik (aan te tonen door middel van een Fahrtenbuch) is er geen bijtelling van toepassing.

Daarnaast wordt echter ook 0,03% per kilometer woon-werkverkeer bijgeteld. Dit kan bij grote afstanden tot gevolg hebben dat de bijtelling toch onverwacht hoger uitkomt. In het geval dat er eigenlijk geen sprake is van woon-werkverkeer (bijvoorbeeld in geval van een vertegenwoordiger die geen vaste standplaats heeft), blijft dit deel van de bijtelling achterwege. Het vaststellen van een “Standort” (vaste plaats van de werkzaamheden, bijvoorbeeld het huisadres) helpt daarbij zeker.

Nederland en Duitsland

Zoals in de inleiding opgemerkt zal ik ingaan op de samenloop van het rijden in Nederland en Duitsland. Daarbij is het echter relevant te constateren dat u in beide landen belastingplichtig bent. Als u namelijk alleen belastingplichtig bent in Nederland of Duitsland heeft u alleen te maken met de hierboven genoemde wetgeving van één van de landen.

Het moet dus gaan om grensoverschrijdende gevallen, waarbij een auto van de zaak speelt, zoals:

• iemand die in Nederland woont, werkt voor een GmbH in Duitsland maar ook af en toe vanuit huis in Nederland werkt;
• iemand die in Duitsland woont, werkt voor een Duitse GmbH maar de werkzaamheden meer dan 183 dagen in Nederland verricht;
• iemand die werkzaam is voor een Nederlandse en een Duitse werkgever die tot hetzelfde concern behoren;
• iemand die gebruik maakt van een zogeheten salary split;
• etc. etc.

In bovengenoemde voorbeelden is de belastingheffing verdeeld over Nederland en Duitsland. Beide landen hebben het recht een deel van het salaris te belasten.

Logischerwijs zou dit verdeelde heffingsrecht ook het geval moeten zijn bij de belastingheffing over het privé gebruik van een auto van de zaak. Relevant is daarbij echter ook door wie de auto feitelijk ter beschikking is gesteld aan de werknemer.

Als Duitsland het heffingsrecht heeft over 40% van het salaris en Nederland over 60%, zou het theoretisch zo moeten zijn dat 40% van het privé gebruik van de auto van de zaak naar Duits recht wordt belast en 60% naar Nederlands recht.

De praktijk blijkt echter lastiger. Met name de Duitse belastingdienst is veelal van mening dat het heffingsrecht geheel aan Duitsland toekomt als de Duitse werkgever de auto ter beschikking heeft gesteld. Het is “alles of niets”. Dit kan betekenen dat dubbele heffing plaatsvindt. Een juiste afstemming vooraf is te adviseren.

Wonen in Nederland

Hierna zal ik een aantal gevallen aan de orde stellen die mogelijk spelen voor een inwoner van Nederland die te maken heeft met een grensoverschrijdende auto van de zaak.

Voor een inwoner van Nederland die in Nederland in een auto met Duits kenteken wil rijden, is het eerst belangrijk te beoordelen of er wel een vrijstelling mogelijk is voor de BPM en deze alsdan voor gebruik van de Nederlandse weg aan te vragen. Als dit niet het geval is, kan dit aanzienlijke financiële consequenties tot gevolg hebben. Zie ook mijn eerdere blog hierover.

Daarnaast is het belangrijk dat de inwoner van Nederland in de Nederlandse aangifte inkomstenbelasting het wereldinkomen aan moet geven. Het Duitse inkomen moet herrekend worden naar Nederlandse maatstaven. Dit berekent ook dat de auto van de zaak moet worden bijgeteld conform Nederlands recht. Voor het deel waarover Duitsland mag heffen wordt een voorkoming van dubbele belasting verleend. Als gevolg van het progressievoorbehoud kan het toch zo zijn dat deze toepassing een nabetaling tot gevolg heeft bij het doen van de Nederlandse aangifte. Die nabetaling is (deels) te herleiden tot de Duitse auto.

Als de Nederlandse inwoner sociaal verzekeringsplichtig blijft in Nederland, is het goed te weten dat ook de bijtelling vanwege privé gebruik van de auto van de zaak die in Duitsland wordt geheven, meetelt voor de verschuldigde Nederlandse sociale verzekeringspremies.

Conclusie

De belastingheffing over het privé gebruik van de auto van de zaak is in Duitsland veelal gunstiger. Een lagere heffing over een lagere waarde. Toch is het zaak goed te bewaken en te beoordelen of feitelijk niet ook een deel van het heffingsrecht aan Nederland hoort toe te komen of te voorkomen dat er sprake is van dubbele heffing.

Als u hierover nog vragen heeft, of als u geadviseerd wilt worden over uw specifieke situatie, dan kunnen wij u daarbij behulpzaam zijn. Voor meer informatie of bij vragen kunt u contact opnemen met:

drs. R.W.M. te Kaat
0314-369111
06 – 11274485
r.t.kaat@stolwijkkelderman.nl

 


Delen via Social Media